Rupert is m’n naam.

Column vervreemding

Dat had Rupert niet verwacht. Sprakeloos bleef hij voor zich uit staren. Om vervolgens zonder één woord de benen te nemen. Zo’n dingen gebeuren nou éénmaal zou je kunnen zeggen, maar niet bij Rupert, prins van het eigenbelang. Hij had er tijdens zijn dagelijks piekeruurtje al vaak aan gedacht, maar dat hij er werkelijk mee te maken zou krijgen, neen dat was nog niet bij hem opgekomen.
Er zijn wel ergere dingen hoor ik u denken. Een rookverbod of een mogelijke alcoholschaarste, zijn inderdaad de dingen waar een echte man ’s nachts de slaap niet door kan vatten. Maar bij Rupert ligt dat toch even anders. Vijf minuutjes woelen, even zuchten en dan op weg naar dromenland. Maar dit, wat hij niet had verwacht, hield hem nu toch al enkele uurtjes wakker. Een man van zijn niveau zou zich toch wel wat meer moeten kunnen weren in deze wereld, brengt u als tweede bedenking aan. Daar heeft u een punt, maar laatst zag ik een documentaire waar een bodybuilder zijn tranen niet kon bedwingen. Als een bodybuilder zijn tranen toont, waarom zou Rupert dan niet verwonderd en verweesd mogen zijn. Ik vraag me af wat zo’n bodybuilder, volgens mij toch de Übernarcist onder ons, zou doen, wanneer hij geconfronteerd zou worden met dat wat Rupert niet had verwacht. Negeren misschien? Neen, ik denk dat hij het van zich af zou trainen. Hoewel hij niet vies is van een fikse boswandeling, zie ik Rupert dat toch niet meteen doen.
Het leven is een aaneenschakeling van onverwachte en treurige wendingen, werpt u daar op. En weer slaat u de nagel op de kop. Wie dezer dagen bij de bedelaars op straat en de misérie in het journaal z’n schouders niet apathisch ophaalt, is echt wel een buitenbeentje. Mensen negeren of als ze echt zijn aandacht eisen, er op neerkijken. Dat zijn dingen waar Rupert, cum laude, mee zou zijn afgestudeerd moesten het gedoceerde vakken zijn.
Een nachtje piekeren en peinzen heeft al menig filosoof geïnspireerd. Ook Rupert mocht zich trotse eigenaar noemen van een menslievende inval. Hoewel het angstzweet hem uitbrak, bij de gedachte alleen al, besloot Rupert dat het tijd was het roer om te gooien. Na acht jaar was het welletjes geweest, daar ging Rupert. KLOP KLOP, “Wel buurvrouw, met mij gaat alles goed en Rupert is m’n naam”.


About this entry